Animatie vouw die ontspannen haar broek dichtdoet voor een spiegel

Op gewicht blijven na het afvallen: zo pak je dat aan

Je hoeft niet te blijven eten alsof je op dieet bent. Wel helpt het om te weten welke gewoontes je gewicht stabiel houden.

Je streefgewicht bereiken voelt vaak als het eindpunt. Alleen begint daarna eigenlijk een nieuwe fase: je wilt niet meer verder afvallen, maar ook niet langzaam teruggaan naar je oude gewicht.

Dat betekent niet dat je voor altijd moet blijven eten alsof je aan het afvallen bent. Wel is het handig om te weten welke gewoontes ervoor hebben gezorgd dat je gewicht daalde en welke daarvan je nodig hebt om het resultaat vast te houden.

Juist daar gaat het vaak mis. Zodra het doel is bereikt, verdwijnt de structuur. Porties worden ongemerkt groter, tussendoortjes komen wat vaker terug en een weekend anders eten loopt makkelijker door in de dagen erna.

Op gewicht blijven draait daarom minder om streng zijn en meer om op tijd merken wanneer je oude patroon weer terugkomt.

Je hoeft niet precies hetzelfde getal te blijven wegen

Na het afvallen kan het verleidelijk zijn om één getal op de weegschaal als grens te zien. Alles daarboven voelt dan meteen alsof je weer aankomt.

Maar je gewicht verandert van dag tot dag. Je houdt soms meer vocht vast door zout of koolhydraten, je darmen zijn de ene dag voller dan de andere en ook hormonen kunnen invloed hebben. Daardoor kan de weegschaal hoger staan zonder dat je in korte tijd ineens veel vet bent aangekomen.

Kijk daarom liever naar de lijn over meerdere weken dan naar één meting. Wil je daar meer over weten? Lees dan ook waarom je gewicht per dag schommelt en hoe vaak je jezelf kunt wegen als je wilt afvallen.

Een kleine schommeling vraagt dus meestal niet om actie. Een duidelijke stijgende lijn die weken aanhoudt is iets anders.

Na het afvallen kun je weer wat meer eten, maar niet onbeperkt

Tijdens het afvallen eet je minder energie dan je lichaam verbruikt. Wanneer je op gewicht wilt blijven, hoeft dat tekort er niet meer te zijn. Je kunt dus meestal iets ruimer eten dan tijdens het afvallen.

Alleen betekent dat niet automatisch dat je weer precies kunt eten zoals vóór het afvallen.

Je weegt inmiddels minder en een kleiner lichaam verbruikt gemiddeld ook wat minder energie. Daarnaast waren het oude eetpatroon en de oude porties misschien juist een deel van de reden dat je gewicht eerder opliep.

De kunst is dus niet om zo weinig mogelijk te blijven eten, maar om een nieuwe normale hoeveelheid te vinden waarmee je gewicht redelijk stabiel blijft.

Houd vooral de gewoontes die echt verschil maakten

Tijdens het afvallen heb je waarschijnlijk verschillende dingen aangepast. Misschien ging je regelmatiger eten, nam je kleinere porties, dronk je minder frisdrank of alcohol, wandelde je vaker of plande je je boodschappen beter.

Niet alles wat tijdens het afvallen hielp, hoeft daarna te blijven. Het belangrijkste verschil is of iets een gewone gewoonte is geworden of vooral werkte doordat je tijdelijk heel streng was.

Een vast eetritme, vaker wandelen of minder grote porties kunnen jarenlang prima passen. Alles afwegen, ieder tussendoortje schrappen of sociale etentjes vermijden meestal niet.

Dat onderscheid is belangrijk. Als je gewicht alleen stabiel blijft zolang je leeft alsof je nog steeds op dieet bent, is de kans groot dat het op een gegeven moment niet meer vol te houden is.

Kijk daarom welke veranderingen inmiddels bijna vanzelf gaan en ook werken op een drukke werkdag, in het weekend of wanneer je uit eten gaat. Juist die gewoontes vormen een goede basis om je gewicht stabiel te houden.

Terugval begint vaak kleiner dan je denkt

Aankomen begint lang niet altijd met grote eetbuien of weken vol afhaalmaaltijden.

Het kan ook veel subtieler gaan. Je schept 's avonds weer iets vaker een tweede keer op. Het koekje bij de koffie wordt er twee. In het weekend komen er steeds meer extra momenten bij en bewegen schiet er wat vaker bij in.

Eén zo'n verandering doet weinig. Maar wanneer verschillende kleine dingen tegelijkertijd terugkomen, kan je gemiddelde energie-inname ongemerkt weer hoger worden.

Daar hoef je niet obsessief op te letten. Het helpt wel om af en toe eerlijk te kijken: eet ik dit omdat ik trek heb, omdat ik het lekker vind of vooral omdat het weer een gewoonte is geworden?

Er is niets mis met iets lekkers. Het gaat vooral om hoe vaak en hoeveel het uiteindelijk wordt.

Op gewicht blijven zit vooral in wat je meestal doet.

Een weekend, vakantie of etentje hoef je niet te compenseren

Een paar dagen anders eten hoort bij een normaal leven. Na een verjaardag, weekend weg of vakantie hoef je daarom niets 'goed te maken'.

Ga daarna gewoon terug naar wat je normaal ook doet: je gebruikelijke eetmomenten, normale porties en de gewoontes waar je je prettig bij voelt.

Juist wanneer je na zo'n weekend ineens maaltijden gaat overslaan of heel weinig probeert te eten, blijf je er vaak langer mee bezig dan nodig. Eén paar dagen bepaalt je gewicht niet.

Het verschil tussen tijdelijk wat anders eten en echt terugvallen zit meestal in wat er daarna gebeurt. Pak je je normale patroon weer op, dan hoeft er helemaal niets aan de hand te zijn.

Wat als je gewicht toch langzaam blijft stijgen?

Zie je over meerdere weken dat je gewicht duidelijk omhoog blijft gaan, dan hoef je niet te wachten tot je weer helemaal terug bij af bent.

Kijk eerst wat er de laatste tijd veranderd is. Zijn je porties groter geworden? Zijn er meer eetmomenten bij gekomen? Beweeg je minder? Slaap je slechter of zijn drukke weken ervoor gaan zorgen dat je vaker voor gemak kiest?

Kies vervolgens één of twee dingen om weer op te pakken.

Misschien helpt het om doordeweeks weer een vast eetritme te hebben. Misschien zit het vooral in de snacks 's avonds of zijn de porties ongemerkt groter geworden.

Je hoeft dan niet opnieuw 'op dieet'. Een kleine correctie is veel makkelijker wanneer je er vroeg bij bent.

Maak op gewicht blijven iets waar je af en toe naar kijkt

Wanneer het goed gaat, is het logisch dat je steeds minder met je gewicht bezig wilt zijn. Dat is juist prettig.

Toch kan het helpen om af en toe even te kijken of je nog ongeveer zit waar je wilt zitten. Dat kan door jezelf zo nu en dan te wegen, te merken hoe je kleding zit of gewoon eerlijk te kijken naar je eet- en beweegpatroon.

Niet omdat iedere kilo gecorrigeerd moet worden. Een paar kilo verschil kan nog steeds door normale schommelingen komen.

Maar zie je dat een kleine stijging maandenlang doorgaat, dan is het makkelijker om vroeg iets kleins aan te passen dan te wachten tot er tien kilo bij zit en je het gevoel hebt dat je weer helemaal opnieuw moet beginnen.

Op gewicht blijven betekent dus niet dat je altijd exact hetzelfde moet wegen. Het betekent vooral dat je een nieuw normaal hebt gevonden én op tijd herkent wanneer je daar langzaam van afwijkt.